instrumenten

Instrumenten zijn vragenlijsten met bijbehorende instructies die gebruikt worden om problemen van de cliënt systematisch in kaart te brengen en te volgen. Daarbij is ruimte voor eigen waarnemingen en opmerkingen. Er zijn instrumenten die door de cliënt en de mantelzorg kunnen worden gebruikt, andere instrumenten worden alleen door professionals gebruikt.

Er zijn instrumenten die worden gebruikt voor een globale inschatting van eventuele problemen. Voorbeelden van zulke instrumenten zijn de GFI (Groninger Frailty Index) en de Trazag vragenlijst. Indien uit het invullen van deze vragenlijsten blijkt dat er een risico op problemen bestaat worden meer specifieke vragenlijsten gebruikt die elk een specifiek gebied bevragen, voorbeelden daarvan zijn GDS-15, MNSE, Barthel en SNAQ. Het systeem beschikt over ruim 30 verschillende instrumenten en is makkelijk uit te breiden.

Instrumenten worden afgenomen door mensen in het netwerk (1) om inzicht te krijgen in een bepaald probleem. Wie de vragenlijst afneemt hangt af van de vragenlijst. De coördinator wordt op de hoogte gebracht van de resultaten (2) net zoals alle anderen die met de problematiek van de cliënt te maken hebben (3). De coördinator kan besluiten om naar aanleiding van de resultaten, het zorgleefplan aan te passen (4) of om additionele vragenlijsten af te (laten) nemen. Dat zal gebeuren in overleg met de cliënt en eventueel anderen uit het netwerk. Instrument